Statuten

Statuten Nederlandse Vereniging voor Humane Genetica

Oprichting 29 oktober 1949

NAAM, ZETEL EN DUUR

Artikel 1.                                            

1. De vereniging draagt de naam: Nederlandse Vereniging voor Humane Genetica (NVHG). Voor buitenlands gebruik draagt de vereniging de naam: Dutch Society of Human Genetics. 

2. Zij heeft haar zetel te Amsterdam. 

3. Zij is aangegaan voor onbepaalde tijd. Zij werd opgericht op negenentwintig oktober negentienhonderd negenenveertig.   

DOEL

Artikel 2.                                            

1. De vereniging heeft ten doel de bevordering van het wetenschappelijk erfelijkheidsonderzoek bij de mens en de toepassing van deszelfs uitkomsten. 

2. De vereniging tracht dit doel ondermeer te bereiken door: 

a. het organiseren van vergaderingen en lezingen; 

b. het verstrekken van informatie op haar werkterrein; 

c. het organiseren en bevorderen van aktiviteiten op haar werkterrein; 

d. het bevorderen van de samenwerking tussen anthropogenetici in binnen- en buitenland; 

e. het bevorderen van aktiviteiten, welke gericht zijn op het verzamelen van anthropogenetische gegevens in Nederland; 

f. andere voor haar doel geschikte middelen. 

3. De behartiging van de aan de doelstelling ontleende, meer specifieke belangen van bepaalde groepen leden, kan geschieden door afdelingen. 

4.       a. Er wordt een register bijgehouden van de door de vereniging erkende beoefenaren van klinisch genetische laboratorium disciplines, waaronder in ieder geval: 

    -Klinisch moleculair geneticus 

    -Klinisch cytogeneticus 

    -Klinisch enzymoloog 

b. Per (sub) specialisme wordt een registratie-commissie benoemd door de Vereniging Klinisch Genetische Laboratorium Diagnostiek (VKGL) 

c. Er is een Reglement Beroepsregistratie, dat wordt vastgesteld door het N.V.H.G. bestuur. In dit reglement zijn tenminste de volgende zaken vastgelegd: 

    -de eisen voor registratie en (her)registratie per (sub)specialisme 

    -de wijze waarop de registratie-commissies worden samengesteld 

    -de wijze waarop het register wordt bijgehouden 

    -de beroepsprocedure 

LEDEN

Artikel 3.                                            

1. De vereniging kent leden, ere-leden en begunstigers. 

2. Leden kunnen zijn: 

a. Personen die betrokken zijn bij het wetenschappelijk erfelijkheids-onderzoek bij de mens; 

b. Personen die betrokken zijn bij de toepassing van de resultaten van wetenschappelijk erfelijkheids-onderzoek; 

c. Anderen die zich betrokken weten bij de doelstellingen van de vereniging. 

3. Ere-leden zijn leden, die als zodanig door de algemene vergadering worden benoemd. 

4. Begunstigers zijn personen of instellingen die met de doelstellingen van de vereniging sympatiseren en de vereniging met een jaarlijkse bijdrage steunen. Zij worden op de hoogte gehouden van de werkzaamheden van de vereniging. 

5. Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen. 

 

TOELATING 

Artikel 4.                                            

1. De aanmelding van leden en begunstigers geschiedt bij het bestuur, dat over de toelating beslist. 

2. In naar het oordeel van dat bestuur buitengewone gevallen, beslist de ledenvergadering. 

Een beroep op de beslissing van het bestuur staat open op de ledenvergadering. 

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP 

Artikel 5.                                            

1. Het lidmaatschap eindigt: 

a. door de dood van het lid; 

b. door opzegging van het lid; 

c. door opzegging namens de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. 

d. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. 

2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur. 

3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. 

4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd. 

5. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten. 

6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur. 

7. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. 

8. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd. 

AFDELINGEN 

Artikel 6.                                            

De afdelingen als bedoeld in artikel 2 lid 3 zijn verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid die door het bestuur als zodanig zijn erkend. 

 

EINDE VAN DE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE BEGUNSTIGERS 

Artikel 7.                                            

1. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd. 

2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur. 

JAARLIJKSE BIJDRAGEN 

Artikel 8.                                            

1. De leden en de begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. 

2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen. 

BESTUUR                                   

Artikel  9.                                            

1. Het bestuur bestaat uit tenminste vijf personen, die door de algemene vergadering uit de leden worden benoemd. 

2. Elk der afdelingsbesturen heeft de bevoegdheid een waarnemer te benoemen die aan het bestuur wordt toegevoegd. Een waarnemer heeft de bevoegdheid kennis te nemen van alle bestuursaangelegenheden, aan de beraadslagingen van het bestuur deel te nemen, doch heeft geen stemrecht.   

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP – PERIODIEK LIDMAATSCHAP – SCHORSING

Artikel  10.                                            

1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door verloop van die termijn. 

2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk vier jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. De aftredende is eenmaal terstond herkiesbaar, en is daarna pas weer verkiesbaar, na tenminste twee jaar geen bestuurslid te zijn geweest; wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in. 

3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts: 

a. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging; 

b. door bedanken.    

BESTUURSFUNCTIES – BESLUITVORMING VAN HET BESTUUR

Artikel 11.                                            

1. De voorzitter wordt door de algemene vergadering in functie benoemd. Het bestuur wijst uit zijn midden een secretaris en een penningmeester aan. Het bestuur kan voor elk van de drie functionarissen uit zijn midden een plaatsvervanger aanwijzen. 

Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden. 

2. Van het verhandelende in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend. In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit niet beslissend. 

3. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven. 

BESTUURSTAAK – VERTEGENWOORDIGING

Artikel 12.                                            

1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. 

2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt. 

3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies die door het bestuur worden benoemd. 

4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen. 

Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan. 

5. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot: 

I. onverminderd het bepaalde onder II het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen welke een jaarlijks in de jaarvergadering vast te stellen bedrag of waarde te boven gaan; 

II.a. het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van onroerende goederen; 

b. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend; 

c. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruikmaken van een aan de vereniging verleend bankkrediet; 

d. het aangaan van dadingen; 

e. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden. 

Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan. 

6. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd: 

a. hetzij door het bestuur; 

b. hetzij door de voorzitter met de secretaris; 

c. hetzij door de voorzitter met de penningmeester; 

d. hetzij door de secretaris met de penningmeester.

JAARVERSLAG – REKENING EN VERANTWOORDING

Artikel 13.                                            

1. Het verenigingsjaar loopt van één januari tot en met éénendertig december. 

2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 

3. Het bestuur brengt op een algemene vergadering binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen. 

4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een commissie van tenminste twee personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit. 

5. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie van onderzoek zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te vertonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven. 

6. De last van de commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie. 

7. Het bestuur is verplicht de bescheiden bedoeld in de leden 2 en 3, tien jaar lang te bewaren.  

ALGEMENE VERGADERINGEN

Artikel 14.                                            

1. Aan de algemene vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen. 

2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een algemene vergadering – de jaarvergadering – gehouden. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde: 

a. het jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 15 met het verslag van de aldaar bedoelde commissie; 

b. de benoeming van de in artikel 13 genoemde commissie voor het lopende verenigingsjaar; 

c. voorziening in de eventuele vacatures; 

d. voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering. 

3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt. 

4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste twintig stemgerechtigde leden verplicht tot het bijeenroepen van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 18 of bij advertentie in tenminste een ter plaatse waar de vereniging gevestigd is veel gelezen dagblad.  

TOEGANG EN STEMRECHT

Artikel 15.                                            

1. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden en begunstigers van de vereniging. Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste be-stuursleden. 

2. Over toelating van andere dan de in lid 1 bedoelde personen beslist de algemene vergadering. 

3. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is heeft een stem. 

4. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen. Een gemachtigde kan slechts twee leden vertegenwoordigen. 

VOORZITTERSCHAP – NOTULEN

Artikel 16.                                            

1. De algemene vergaderingen worden geleid door de voorzitter van de vereniging of zijn plaatsvervanger. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden door het bestuur aan te wijzen als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzit-terschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelve. 

2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de notulist worden vastgesteld en ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. 

De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht. 

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

Artikel 17.                                            

1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 

2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoeld oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 

3. Voorzover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 

4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 

5. Indien bij stemming over personen niemand de volstrekte meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd, wordt een tweede stemming gehouden tussen de personen, die het grootste aantal der uitgebrachte stemmen hebben verkregen en is hij gekozen, die bij die tweede stemming de meerderheid der uitgebrachte stemmen op zich heeft verenigd. Indien bij die tweede stemming de stemmen staken beslist het lot. 

6. Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen. 

7. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schrif-telijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een stemgerech-tigde hoofdelijk stemming verlangt. 

8. Een éénstemmig besluit van alle leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering. 

9. Zolang in een algemene vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, omtrent alle aan de orde komende onderwerpen – dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding – ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen. 

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING 

Artikel 18.                                            

1. De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden volgens het ledenregister bedoeld in artikel 3. De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen. 

2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld onverminderd het bepaalde in artikel 19. 

STATUTENWIJZIGING

Artikel 19.                                            

1. In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van een algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijzigingen van de statuten zal worden voorgesteld. 

2. Zij die de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld, aan alle leden toegezonden. 

3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste vijftig stemgerech-tigde leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Zijn er geen vijftig stemgerechtigde leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen acht maanden daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. 

4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd. 

ONTBINDING

Article 20.                                          

1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing. 

2. Aan het batig saldo zal een bestemming worden gegeven zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de vereniging.   

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Article 21.                                          

1. De algemene vergadering kan een huishoudelijk reglement vaststellen. 

2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten. 

STATUTENWIJZIGING GESCHIEDENIS                              

Vastgesteld op de ledenvergadering van 25 februari 1983 te Amsterdam. 

Statutenwijziging, aangenomen op de ledenvergadering van 10 april 1992 te Utrecht (betreft artikel 12 lid 6). 

Statutenwijziging, aangenomen in de vergadering van 29 november 1996 te Amsterdam (betreft toevoeging artikel 2 lid 4) 

Statuutwijziging 5 augustus 2008, betreft naam vereniging (Voorheen werd de vereniging Nederlandse Anthropogenetische Vereniging genoemd). 

Statuutwijziging 5 augustus 2008, betreft wijziging artikel 2 lid 4b (was voorheen “Per (sub)specialisme wordt een registratie-commissie benoemd door het N.V.H.G. bestuur.)